Italië is een bijzonder wijnland en de grootste wijnproducent van de wereld. Het klimaat van het noorden tot het zuiden verschilt immens. Honderden inheemse druivenrassen verspreid over 850.000 hectare zijn aangeplant. Rassen zoals Sangiovese, Trebbiano, Pinot grigio, Barbera en Nebbiolo. Dat is goed voor het produceren van zo’n slordige 53 miljoen hectoliter wijn per jaar. Italië is dan ook beroemd om zowel de klassieke wijnen, maar ook bijzondere en vrij nieuwe wijnen en niet te vergeten dessertwijnen.

Helaas is dessertwijn vaak een ondergeschoven kindje. Zeer onterecht. Reden om de dessertwijn en met name de Italiaanse dessertwijnen onder de aandacht te brengen. Dat is wat ze verdienen. Bij lekker eten hoort nou eenmaal een lekker glas wijn, niet alleen vooraf en tijdens het eten, maar ook als volwaardige afsluiter en kers op de taart, een dessertwijn.

italiaanse dessertwijn vinsanto santoriniItalië heeft zoals al benoemd een rijke variëteit aan druivensoorten. Maar Italië is niet alleen leverancier van de wat drogere wijnen maar levert ook heerlijke, zoete dessertwijnen. De zoete smaak komt volledig van de natuurlijke suikers uit de druiven, er wordt geen extra suiker aan de wijn toegevoegd.

De druiven die voor het maken van dessertwijn worden gebruikt, ondergaan een ander procedé dan de gebruikelijke Italiaanse wijnen. Normaal worden druiven geplukt, geperst en / of gekneusd. De druiven voor een dessertwijn vertoeven langer in de wijngaarden en ze worden bijna rot geoogst. Dit oogsten van de blauwe én witte druiven luistert heel nauwkeurig. De druiventrossen moeten regelmatig worden gecontroleerd omdat de edele rotting (botrytis) voor elke druivensoort weer anders is. Na het oogsten worden ze gedroogd.

Tegenwoordig geschiedt het drogen meestal onder een afdak maar vroeger werden de druiven op matten van stro gedroogd. Daaraan hebben ze ook hun naam, strowijn, te danken. Doordat de druivenschil poreus wordt, verdampt het vocht uit de druif en blijft de suiker achter. Doordat slechts een deel van de suiker vergist, onstaat een zoete en weelderige wijnsmaak. Na het drogen worden de druiven geperst en samen met most van een vorige oogst in kleine vaten overgedaan, waarna de rijping op het vat begint. Dit is de traditionele manier, waar massa producenten helaas geen boodschap meer aan hebben. De rijping verloopt sneller en goedkoper met het gebruik van warmtecellen.

Fijnproevers rillen echter van deze methodiek die dan ook als een soort heiligschennis wordt beschouwd. Tijdens de fermentatie wordt er bovendien alcohol toegevoegd. Daardoor wordt een hoger alcoholpercentage bereikt en ontstaat een zoete, geconcentreerde smaak. Het merendeel van de Italiaanse strowijnen heeft dan ook een alcoholpercentage van 14 procent of hoger. Daarom wordt een Italiaanse strowijn bijna nooit in combinatie met een hoofdgerecht geserveerd. Daarentegen zijn ze heerlijk te combineren met een dessert. Denk aan kaas, ijs of chocolade. Sommige soorten strowijn zijn ook uitermate geschikt om als aperitief te drinken.

Vinsanto

Een bekende Italiaanse strowijn is bijvoorbeeld de Vinsanto. Deze “heilige” wijn werd vroeger vaak als miswijn (het bloed van Christus) gebruikt. Deze Italiaanse dessertwijn komt uit Toscane in is samengesteld uit twee druivensoorten, de trebbiano en de malvasia druif. In Toscane wordt deze dessertwijn meestal bij de typisch Italiaanse amandelkoekjes, cantuccini of biscotti di Prato geserveerd (Prato is een provincie in Toscane). Maar ook de combinatie met chocoladetaart of een notenkaas is uitstekend te noemen.

Natuurlijk zijn Italiaanse strowijnen de meest bekende. Maar dat wil niet zeggen dat er geen andere heerlijke alternatieve dessertwijnen zijn. Er zijn hele lekkere mousserende, versterkte* of stille wijnen die als dessertwijn dienst kunnen doen. Een versterkte wijn is een wijn waaraan wat extra alcohol is toegevoegd. Vroeger werd dit gedaan om bederf te voorkomen en werd ontdekt dat door het toevoegen van alcohol aan een gistende wijn een zoetere wijn ontstond.

Liquoroso

De liquoroso is een niet mousserende dessertwijn uit Italië met een hoog alcoholpercentage, dat tot wel 22% kan oplopen.

moscato d'asti italiaanse dessertwijnMoscato d´Asti

Tegenhanger hiervan is de Moscato d´Asti, een mousserende Italiaanse dessertwijn met juist een laag alcoholpercentage, een uitstekende combinatie met vers fruit.

De van oorsprong Siciliaans Marsala en dan met name de zoete variant wordt ook tot de dessertwijnen gerekend.

Het alcoholpercentage ligt ergens tussen de 20% en de 25%. Deze wijn wordt gemaakt door het toevoegen van wijnalcohol aan vergistend druivenmost, waarmee het een zogenaamde versterkte wijn is.

Recioto della Valpolicella

Recioto della Valpolicella is een Italiaanse dessertwijn met een grantaatrode kleur op basis van drie druivensoorten, Rondinella, Corvina en Corvinone.

Het bloemige aroma past uitstekend bij (een dessert van) pure chocolade.

Passito di Pantelleria

Passito di Pantelleria italiaanse dessertwijnPassito di Pantelleria is ook een lichte en een van de mooiste desertwijnen uit Italië. Dit pareltje wordt gemaakt van de Zibibbo druif.

Met hun lange wortels vinden ze in het ogenschijnlijk hete en droge landschap van Pantelleria, een eilandje iets onder Sicilië, de meest vruchtbare grond.

Sagrantino di Montefalco

Deze topper komt uit Umbrië. Deze dessertwijn, intens kruidig en met een fruitig bouquet, is dé perfecte begeleider van zoet en oude kazen.

Brachetto d Áqui

Brachetto d Áqui is een lichte en frisse rode dessertwijn waar een klein bubbeltje in zit en herkenbaar aan de typische rozengeur. De wijn past heel goed bij chocolade, maar de allerbeste match is een dessert met een combinatie van fruit én chocolade.

Cantuccini

De volzoete cantuccini heeft een mooie balans tussen zuren en zoet en wordt gemaakt van ingedroogde verduzzodruiven. Combineert verrassend goed met blauwschimmel kazen en zoete dessert maar ook absuluut geschikt als heerlijk aperitief.

Bij het serveren van een dessertwijn zijn een aantal zaken goed om te weten. Balans is van belang. Zoete desserts en zoete dessertwijnen gaan prima samen indien ze allebei ongeveer even zoet zijn. Wijn en kaas uit dezelfde streek vormen doorgaans ook een ideale match.

Over het algemeen geldt dat dessertwijnen moeten worden bewaard bij temperaturen van 6 tot 8 graden of bij temperaturen van 10 tot 12 graden. In een restaurant is de dessertwijn natuurlijk goed op temperatuur. Serveert u de dessertwijn thuis? Vraag de wijnhandel om advies.

Omdat dessertwijnen over het algemeen een hoger alcoholpercentage hebben, kunnen deze het beste in kleine glaasjes worden geserveerd.